Renderen in computergraphics: de kern
Een 3D-scene bestaat uit geometrie, materialen en texturen, verlichting en een camera. Rendersoftware berekent hoe licht door de scene reist en interageert met oppervlakken: schaduwen, reflecties, breking en indirect licht. Het resultaat is een 2D-afbeelding of een reeks frames voor een 3D-animatie. Het effect van camera-standpunten en licht is daarbij bepalend voor sfeer en focus. Benieuwd naar het eindresultaat van zo’n berekening? Zie Wat is een render.
Om ruis te verminderen worden pixels meerdere keren gesampled en slim gefilterd (anti-aliasing, denoising). Afhankelijk van de renderer gebeurt de berekening op CPU, GPU of een combinatie met hardwareversnelling. Je bepaalt de balans tussen snelheid en kwaliteit via instellingen zoals resolutie, samples, global illumination en motion blur. Wil je de techniek stap-voor-stap doorlopen? Lees Hoe werkt 3D renderen.
Verschillende toepassingen stellen verschillende eisen. Voor een productvisualisatie op XXL-formaat wil je maximale scherpte en realisme. Voor een interactieve review of configurator is het belangrijk dat de weergave realtime reageert, zodat je direct varianten, materialen of belichting kunt wisselen. In alle gevallen is renderen de laatste, beslissende stap die je model omzet in beelden die iedereen begrijpt. Twijfel je over de termen? Bekijk 3D-visualisatie vs. rendering.